Blog

Generatie Z in the library

December – Anne-Katelijne (Probiblio)

2018-12 Anne-Katelijne Foto 1Jongeren en de bibliotheek. De bibliotheek wil wel, maar de jongeren net wat minder. Tenminste zo lijkt het. Eerst die vervelende millennials (geboren tussen 1980 en 2000) en nu generatie Z (geboren tussen 1995 en 2010) . Uit onderzoek naar deze doelgroep blijkt dat ze heel visueel zijn ingesteld, 24/7 op social media zitten, graag veel geld willen verdienen, zuinig zijn, social influencers als helden hebben, ongeduldig zijn, snel worden afgeleid en imago erg belangrijk vinden. Hoe kun je hier als bibliotheek nu op inspelen? Gelukkig zijn er heel wat bibliotheken die deze uitdaging aangaan; en vaak met succes. Zo heeft de Bibliotheek Rotterdam een eigen bibliotheekvlogger als influencer, organiseren verschillende bibliotheken activiteiten voor aankomende ondernemers en wordt er met HipHop In Je Bieb in co-creatie aanbod op het gebied van urban culture ontwikkeld. Maar meten is immers weten dus werden jongeren tussen de 18 en 24 jaar ook gekozen als speciale doelgroep voor het BiebPaneldoelgroeponderzoek dat dit najaar uitgevoerd werd.

Jongeren werden ondervraagd over wat zij graag in hun vrije tijd doen, hoe en waar zij werken of studeren, wat ze van de bibliotheek vinden en wat de bibliotheek hen zou kunnen bieden. Het leuke aan onderzoek is dat er vaak dingen uitkomen die je eigenlijk al wist maar niet zeker wist en nu dus wel. Want: jongeren luisteren graag naar muziek in hun vrije tijd, spreken af met vrienden of kijken films en series via bijvoorbeeld Netflix (goh). Toch is er ook een gedeelte van deze jongeren die graag (!) boeken leest in de vrije tijd en zelfs een e-bookabonnement heeft. Om het nog gekker te maken: een derde van de jongeren die weleens lezen leest eens per week of vaker een boek voor het plezier. Waarom komen ze dan toch niet en masse bij de bibliotheek? Dat ligt er volgens een kwart van de jongeren zelf vooral aan dat ze het zoveel gedoe vinden om boeken te halen en terug te brengen. Maar hier verzinnen jongeren direct een oplossing voor wanneer hen gevraagd wordt wat leuke suggesties te noemen voor de bibliotheek: namelijk een boekenbezorgservice. Dit past natuurlijk helemaal in de trend van tegenwoordig dat je alles wat je maar kan bedenken thuis kan laten bezorgen. Ennn om weer even terug te pakken op de kenmerken van generatie Z: deze jongeren houden van gemak.

Wat bedenken jongeren nog meer? Een gratis abonnement of studentenabonnement want de bibliotheek is volgens een heel aantal jongeren ook te duur. En deze jongeren zijn zuuunig zo hadden we al eerder gelezen. Verder: horeca in de bibliotheek, lekker frappucino’s bestellen bij de barista; en, wel weer redelijk opvallend: meer studieplekken. Want de jongeren die wél in de bibliotheek komen doen dit vooral om te studeren. Er zijn zelfs al bibliotheken die speciale studie-uren aanbieden waarin studenten hun telefoon kunnen inleveren om zo niet afgeleid te worden, want ook dat is een kenmerk van deze generatie. Is dat dan nog een gat in de markt? Het moge duidelijk zijn dat jongeren best van alles willen dat de bibliotheek in theorie aan zou kunnen bieden. Maar dan moet de bibliotheek dit wel doen, én nog belangrijker: jongeren moeten op de hoogte zijn van dit aanbod. En hoe breng je jongeren op de hoogte? Social media natuurlijk, en lekker visueel. Zo komt alles toch weer samen en blijkt dat jongeren helemaal niet zo vreemd en vervelend zijn, maar dat je wel even moet weten waar ze behoefte aan hebben. En nu GO! Met die stilte-uren, influencer peptalks, selfie workshops, programmeer cursussen en wat al niet meer. Let’s make de Bibliotheek cool again!

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.

Advertenties

Bezoek aan Stadkamer Zwolle

Op vrijdag 19 oktober bezocht het Jonge Bibliotheeknetwerk Stadkamer in Zwolle, speciaal voor alle bibliotheekmedewerkers uit het noorden en oosten van het land. Daar werden we rondgeleid door directeur Astrid Vrolijk.

Astrid vertelde dat Stadkamer in 2015 is ontstaan uit een fusie van Bibliotheek Zwolle, kunstencentrum Muzerie en Kunst&Zo. Bij binnenkomst geen kasten met boeken waar je tegenaan loopt, maar een uitnodigend café. De traditionele Bibliotheek verdween naar de achtergrond en centraal kwam de huiskamer van de stad te staan. De kasten zijn laag zodat je er overheen kunt kijken. Op deze manier blijft de ruimte heel open en licht. Een plek die van iedereen is, waar je kennis kunt opdoen en delen, geïnspireerd wordt, mensen kunt ontmoeten, kunt lenen en lezen, kunt studeren en werken, cultuur kunt beleven en koffie kunt drinken. Kortom: een plek die uitnodigt om te verblijven en je te blijven ontwikkelen.

Zwolle 3

Op de begane grond vind je het Medialab, waar allerlei activiteiten worden georganiseerd. Van spelen met robots tot een spreekuur Digihulp, voor iedereen die vragen heeft op digitaal gebied. Het Medialab is een toegangspoort voor mensen om kennis te maken met nieuwe digitale en technische ontwikkelingen.

Een verdieping hoger loop je direct op het Taalpunt af. Het Taalpunt is op een prominente plek gevestigd, omdat het een belangrijk onderdeel van de collectie is.

Zwolle 2

In de kelder vind je ook de jeugdafdeling nog. De trap naar de oude ‘bunker’ dient tevens als tribune voor wanneer er bijvoorbeeld wordt voorgelezen.

Door de bibliotheek verspreid zijn studieplekken en huiswerkplekken waar volop gebruik van wordt gemaakt. Jongeren weten Stadkamer al vanaf dag één te vinden, zonder dat er iets is veranderd aan de manier waarop zij worden aangesproken. Op vrijdagavond worden er pizza’s besteld, wat Astrid prima vindt omdat de studenten het ook zelf weer opruimen. Hier zie je het vertrouwen dat Stadkamer heeft in haar bezoekers. Niets hoeft, alles kan en dat is ook het motto: ‘Stadkamer maken we samen’.

Het gebouw is helemaal opnieuw ingericht toen Stadkamer daar in 2017 gevestigd werd. Tijdens het ontwerpproces heeft Astrid zoveel mogelijk organisaties, instellingen en bedrijven uit de omgeving betrokken. Alle ideeën die daaruit voortkwamen zijn meegenomen door de architect.

In de inrichting zijn verschillende stijlen te vinden, van heel strak en modern tot Perzische tapijten. Stadkamer is namelijk een plek waar iedereen zich thuis moet kunnen voelen. Toch is het een duidelijk geheel. Dit komt door terugkerende elementen, zoals de huisjes die je overal tegenkomt in het ontwerp.

Stadkamer werkt met zelforganiserende teams in combinatie met projectorganisatie. Alles mag, zolang het past bij de visie, je het met open vizier doet en met de beste bedoelingen. Dit straalt een duidelijk vertrouwen uit waardoor er een veilige omgeving ontstaat om risico’s te durven nemen en dingen uit te proberen. En dan kan het zomaar dat je de beste bibliotheek van het jaar wordt!

Zwolle 4

Dankbaarheid

Oktober – Arlene Jaspers (Bibliotheek Haarlemmermeer)

2018-10 Foto ArleneWij bibliothecarissen staan altijd klaar voor onze klanten. Ons werk is zo veelzijdig: van boeken zoeken, helpen bij de uitleen en inname, de meest uiteenlopende vragen beantwoorden, cursussen geven, de bibliotheek netjes en up-to-date houden, nieuwe displays maken, voorlezen, acteren in een moordspel, boekpresentaties voorbereiden, meewerken aan festivals, boekenverkoop en boekenruil, groepsbezoeken, Babybieb, Taalhuis… pff, het is zoveel wat we doen. Ik kan het niet eens allemaal opnoemen. En we doen het allemaal met veel plezier.

Desondanks wordt dit plezier ook wel eens verpest door de hangjeugd en andere brutale klanten. Zulke momenten vind ik persoonlijk erg lastig. Ik probeer het mij niet teveel aan te trekken en zeker niet op persoonlijk vlak. Maar als er naar je gefloten wordt alsof je een hondje bent, of als je een grote mond krijgt van een paar jongens van 15 die je hebt gevraagd even wat stiller te zijn en de rommel op te ruimen, dan voel je dat toch wel. Want het voelt dan zo ondankbaar. Je wilt goed doen en het mensen naar de zin maken, maar er zijn grenzen. En in bibliotheekland zijn die grenzen vaak ruim. We zijn erg coulant naar de klant en denken altijd mee. Eigenlijk zijn we te lief.

Gelukkig wordt onze ‘liefde’ vaak wel gezien door de andere klanten. En ik ben blij dat het gros van hen dankbare klanten zijn. Als zij hulp nodig hebben, krijg je een ‘dankjewel’ te horen in plaats van een scheldnaam. Dankbaarheid wordt niet alleen in woorden uitgedrukt: ook in de vorm van een doosje chocolade, een lieve kaart of een flesje wijn. Er zijn ook kinderen geweest die een mooie tekening hadden gemaakt en gegeven, omdat jij zo lief was om mee te denken over een onderwerp voor een spreekbeurt. Of een jongen met dyslexie die meegesleept wordt door zijn moeder om een boek uit te zoeken, terwijl hij een hekel heeft aan lezen en dan drie weken later bij je terugkomt met een glimlach dat hij zo genoten heeft van het boek dat je toen mee hebt gegeven. De oudere klant die moeite heeft met de computer en die je met een cursus Klik & Tik of Digisterker verder op weg kan helpen, de klanten die problemen hebben met de printer, die drukke kleuters die je stil krijgt omdat ze aandachtig naar het voorgelezen verhaaltje zitten te luisteren. De vrouw die al een tijdje op zoek is naar juist dát ene boek, maar het niet kan vinden en jij wel, of voor wie je een mooi alternatief hebt kunnen bedenken. De oudere dame die altijd een praatje met je maakt. De dakloze die je hebt geholpen bij de computer en die met zijn weinige centjes een zakje drop voor je heeft gekocht. Allemaal hebben ze dezelfde dankbaarheid in hun ogen en daar doen we het uiteindelijk voor.

Hoe mijn dag ook gaat, met de jongeren die niets anders doet dan een beetje rondhangen en gebruik maken van de gratis Wifi, de klant die op het laatste moment nog wat moet printen, de mopperende klant die een boek te laat heeft ingeleverd en het niet eens is met de €0,10 boekvergoeding en daar een hoop stampij om maakt, er zijn altijd klanten die mij het dankbare gevoel geven dat ik hier prima op mijn plek zit en dat het werk dat ik doe er toe doet. Dus eigenlijk ben ik óók dankbaar. Voor de dankbare klanten!

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.

Een eigen persoonlijke bibliothecaris

September – Miriam (de nieuwe bibliotheek Almere)

2018-09 Foto MiriamAl toen ik een jaar of 4 was nam mijn vader mij elke zaterdag mee naar de bibliotheek. Er ging een wereld voor mij open, boeken, overal waren boeken. Je kan dus zeggen dat mijn liefde voor de bibliotheek al vroeg is begonnen. De jaren die volgden ging ik elke zaterdag stipt om 10.00 uur naar de bibliotheek om boeken in te leveren en om weer boeken mee te nemen. De bibliothecarissen van de vestiging kenden mij allemaal en hebben mij vaak genoeg geholpen om weer dat ene leuke boek te vinden. Maar er is één bibliothecaris die nog goed in mijn geheugen zit, een bibliothecaris die mijn pasnummer uit haar hoofde kende, die boeken opzij legde omdat ze wist dat ik het leuk zou gaan vinden. Ze nam de tijd om samen met mij de kasten in te duiken en stond elke zaterdag om 10.00 uur al klaar voor me. Mijn eigen persoonlijke bibliothecaris.

Op mijn negentiende ben ik begonnen als opruimhulp in de bibliotheek en ben ik gestart met de opleiding medewerker informatiedienstverlening. Nu werk ik als leesconsulent voor de bibliotheek, als bibliothecaris en als eindredacteur voor een jongerenwebsite. Een diverse en uitdagende baan! Als ik iets heb ontdekt de afgelopen jaren is het dat mijn werk mijn passie is geworden. Klanten mee helpen zoeken naar studieboeken of samen op zoek naar dat ene mooie verhaal om in weg te duiken. Er is niks mooiers dan een klant tegen te komen en merken hoe blij die is met een boekentip die jij ooit gegeven hebt. De stad waar ik woon is groot, maar daarbinnen is het soms een dorp. Je komt vaste klanten tegen in de supermarkt of kinderen die roepen: ‘Kijk mama, zij werkt bij de bibliotheek!‘ Daar doe ik mijn werk voor; de mooie momenten, de klanten, tussen de boeken werken en de jeugd laten zien welke schatten de bibliotheek allemaal te bieden heeft.

Maar mijn grootste uitdaging? De jongeren (14+). De stoere jongens die roepen dat lezen niet stoer is, de verlegen meisjes die lezen stiekem echt wel leuk vinden maar dat niet durven te zeggen. Ik wil mij inzetten voor de jongeren die in de bibliotheek komen, die net als ik vroeger tien boeken meenemen, maar ook voor de jongeren die de bibliotheek nog zien als stoffig en saai. De momenten dat ik hen help op de afdelingen, zijn de momenten dat ik weer terugdenk aan mijn eigen persoonlijke bibliothecaris. Door haar is mijn liefde begonnen voor boeken, voor de bibliotheek. Een grote uitdaging, maar die persoonlijke bibliothecaris wil ik worden voor de Almeerse jongeren. Tuurlijk, ze zullen vast niet in de bibliotheek gaan werken, zoals ik dat heb gedaan. Maar ik kan hopelijk wel een bijdrage leveren aan hun leesplezier of om het bibliotheekimago een beetje af te stoffen.

Het is een doel, een uitdaging. Dat wil niet zeggen dat er voor jongeren door bibliotheken nog niks gedaan wordt. Maar er kan meer gedaan worden. De meeste bibliotheken richten zich op jeugd en volwassenen. Er zit alleen nog een hele groep tussen. In de zomervakantie worden er veel activiteiten opgezet voor kinderen: vakantietassen, leesbingo en nog veel meer. Terwijl onderzoek van Stichting Lezen juist laat zien dat de grote knik in de zomervakantie bij de jongeren zit. Ze lezen voor school, hebben verplichte leesuurtjes op school, maar waar zijn de leesactiviteiten voor de jongeren? Daar moeten wij als bibliotheek op inspringen. Zoek op social media op young adult, er komen leesclubjes tevoorschijn, discussiegroepen, allerlei boekenblogs en bookcommunities. Wist je dat boekenleggers sparen nu  helemaal in is? Ze worden gezocht, gekocht en geruild op het internet. En je kan niet om Bookstagram heen, een Instagrampagina vol prachtige foto’s van boeken. Er gaat een wereld voor je open.

Ik ben er nog lang niet met mijn doel; om de leesgrage jongeren en de jongeren die de grootste uitdaging vormen, de niet-lezers, de bibliotheek in te krijgen. Hoe kunnen we het lezen leuk maken voor ze? Hoe kunnen we het stoffige imago afstoffen? Vragen waar ik mij dagelijks mee bezig houd. Ik hoop dat het een doelgroep wordt; dat we het gaan hebben over jeugd, jongeren en volwassenen. Wat is jullie ervaring hiermee?

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.

Vakantie in de Bieb

Augustus – Amber (Bibliotheek Kennemerwaard)

 

2018-08 Foto Amber - Fotograaf is EGD Fotografie Edward Draijer
EGD Fotografie / Edward Draijer

Terwijl het gros van Nederland vakantie viert en een hittegolf over ons land valt, denken wij alweer na over de jeugdactiviteiten voor het komend seizoen. De bieb is in beweging.

Sinds begin dit jaar werk ik bij de Bibliotheek Kennemerwaard. Ik dacht na de bevalling van mijn zoontje vorig jaar dat het mij wel zou lukken om een jaartje of twee ertussen uit te zijn en als goede huisvrouw te moederen over mijn kleine trots. Ik denk dat het nog geen drie maanden later was dat ik met heimwee in de bibliotheek bij ons op de hoek stond, baby op de arm. Wat miste ik mijn werk toch. En hoe meer tijd er verstreek hoe erger dat gemis werd. Een paar maanden later raakte ik in gesprek met een van de bibliothecaressen op de jeugd en vertelde haar wat ik allemaal gedaan had en dat ik heimwee had. “Waarom stuur je niet een open sollicitatie,” zei ze. En ik vroeg mij af, durf ik dat?

Inmiddels sta ik weer achter de balie en word ik langzamerhand ingewerkt bij verschillende groepen van jeugdprogramma’s. De zomer is aangebroken en ondanks de hitte zit de bieb nog vol bezoekers die op zoek zijn naar een goed boek voor op het strand of bij het zwembad. “Het zal hier nu ook rustiger worden,” zegt een van deze bezoekers tegen mij. Hij gaat op vakantie en neemt een stapel detectives mee. Rustig, denk ik bij mijzelf? En ik kan er niets aan doen, maar de gedachte aan een rooster vol strepen in de handen van collega Linda komt in gedachten naar voren. Veel collega’s gaan deze periode ook op vakantie en die gaten in het rooster moeten worden gevuld. Hoe zij dat steeds weer voor elkaar krijgt? Geen idee, maar ik heb ongelooflijk veel respect voor haar. Deze periode is ook voor de roostermakers drukker dan normaal.

Maar de vergaderingen en werkoverleggen gaan gewoon door, al is misschien niet iedereen erbij. De programma’s voor het komende kwartaal moeten worden vastgelegd, en dat zijn leuke uitdagingen. Ik zit erbij wanneer de jeugdactiviteiten voor 4 tot 8 en voor 8 tot 12 worden besproken. We hebben al verschillende activiteiten voor deze groepen gehad maar we willen er meer mee doen. Er wordt besloten dat we er een wekelijks fenomeen van maken, met de ene week de jongere groep en de week daarop iets voor de wat oudere kinderen. Sinds ik erbij ben gekomen heb ik mogen begeleiden in het maken van monsterwearables die echte lichtjes kregen als oogjes, of hebben de kinderen robotjes mogen programmeren. Er wordt dus gekeken wat voor interessante activiteiten we voor deze groepen kunnen verzinnen.

En bij de start van de vakantie periode maken de collega’s in een rap tempo een planning voor de kleinsten, voor peuters en kleuters en soms ook baby’s: de Biebstart ochtenden. Die bestaan niet alleen uit voorlezen maar vooral ook uit spel, en soms wordt er een gast uitgenodigd om iets te vertellen aan de ouders of aan de kinderen zelf. Een politieagent dit jaar? Of een brandweerman? De ideeën vliegen over en weer.

Ondertussen gaan de ontwikkelingen door. Nieuw is ook de Prutshub in Heerhugowaard. Dat is een ruimte waar collega’s aan bezoekers laten zien wat we in huis hebben op het gebied van digitale geletterdheid en maakcultuur, en waar ze de mogelijkheid hebben om nieuwsgierig te zijn, vragen te stellen en te gaan knutselen. Er staat een 3d printer en er liggen tablets. De eerste keer loop ik er per ongeluk binnen op zoek naar het biebstart overleg. Het is nog niet officieel geopend maar na het overleg ga ik er samen met een collega toch nog even rondneuzen. Ik zie een van de monsterwearables tentoongesteld, zijn led lichtje staat aan. Ik vraag of de WeDo en CoderDojo spullen ook aanwezig zijn. Je kan hier inderdaad met van alles prutsen. Heerlijk toch?

De vakantie is inmiddels vol op gang. Ik heb zelf geen plannen en zie nog wekelijks dezelfde trouwe bezoekers in de bieb. De drukte met de reserveringen begint af te nemen. De meeste mensen hebben de buit al binnen. Ook de overleggen zijn nu klaar. De planningen voor het laatste kwartaal zijn al af. Sterker nog, er is genoeg materiaal om het hele volgende jaar mee te vullen. Leuk, zo’n creatieve bieb!

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.

Toekomstige biebshop?!

Juli – Debbie (Bibliotheek de Boekenberg)

2018-07 Foto DebbieGluren bij de buren. Dat doen we in bibliotheekland maar al te graag. Bij bibliotheekcollega’s in binnen- en buitenland en ook uitstapjes buiten de branche zijn ons niet vreemd. Ook ik krijg geregeld inspiratie op locatie. Bijvoorbeeld tijdens mijn trip naar New York eerder dit jaar. Naast een bezoek aan de vele toeristische hotspots die de stad rijk is, bracht ik als boekenliefhebber uiteraard een bezoek aan de wereldberoemde New York Public Library. Een indrukwekkende bibliotheek, niet alleen vanwege haar omvangrijke collectie maar ook vanwege het prachtige gebouw. Al struinend langs de zalen en door de gangen belandde ik bij een kleine bookshop vol met hebbedingetjes voor boekenliefhebbers. Met tal van items waar menig instagrammer jaloers op is. Hippe tassen met daarop teksten als “A book is a dream you hold in your hand” of misschien wel mijn favoriet “I have always imagined that paradise will be a kind of library”. De merchandise verkoopt goed vertelt de dame achter de kassa. En dat klopt, want al snel vormt er zich een wachtrij achter me. Tijd om verder te gaan, maar het is me bijgebleven. Zouden we daar in ons eigen land niet meer mee kunnen doen?

Natuurlijk kun je tal van items bestellen in de landelijke huisstijl shop. Super handig en praktisch, maar niet echt hip of uniek. Vooral heel erg biebs. Kunnen we dit aanbod niet aanvullen met een collectie die een jongere doelgroep aanspreekt? Juist bij hen valt er nog veel te halen wat betreft imagovorming. Dan heb ik het over een ietwat gekke koffiebeker verzameling, een literair kwartetspel, verse thee vernoemd naar een bekende auteur, postkaarten en posters met literaire teksten, knuffels van bekende prentenboekfiguren of zo’n leuk linnen tasje voor boekenliefhebbers. Je zou ook kunnen denken aan meer luxe producten als een paraplu. Producten die je niet per se denkt te vinden in een bibliotheek, maar daar toch een duidelijke link mee hebben. Je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat! Als je eenmaal start met zoeken op internet, dan gaat er onopgemerkt een uur voorbij en ben je een hoop inspiratie rijker (en soms een hoop geld armer… ha!).

In Bibliotheek de Boekenberg in Spijkenisse hebben we een voorzichtige start gemaakt met de verkoop van producten voor boekenliefhebbers. Dit in combinatie met ons Café Zinnig. Vanuit een kleine vitrine worden diverse producten verkocht. Al gaandeweg ontdekken we wat wel en niet werkt en zoeken we naar een goede manier om dit onder de aandacht te brengen. Maar nu vraag ik me af: er zullen toch vast meer bibliotheken zijn die hier iets mee doen? Vast wel, zo las ik onlangs over de READ Lifestyle van de nieuwe bibliotheek in Almere. Een zelf ontworpen collectie speciaal gericht op jongeren.

Laten we elkaar hierin opzoeken. Ik zie het al helemaal voor me in de toekomst: een aantal (pilot)locaties waarin bibliotheekpubliek van dit nieuwe aanbod kan proeven. Waar je een goede online campagne op kan loslaten gericht op jongere doelgroepen. Of misschien wel een webshop, waarbij je je bestelling gratis kunt ophalen bij de bibliotheek in jouw buurt.

Uit de documentaire ‘Ex Libris’ van Frederick Wiseman over de New York Public Library werd mij duidelijk dat deze bibliotheek zich richt op het vergroten van haar eigen inkomsten. Iets waar we in ons land ook druk mee bezig zijn. Daar zou een dergelijk idee best aan kunnen bijdragen.

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.

Beste bibliothecarissen,

Juni – Tamar (Bibliotheek Den Haag)

Zo, dat is eruit. Hulde voor jullie, heren: tijdens jullie interview met Bibliotheekblad deden jullie niet alleen een (terechte) oproep trots te zijn op de naam ‘Bibliothecaris’, maar voorzagen jullie het Bibliothecaris-zijn ook met verve van nieuwe betekenis. Zowel de trots als de blijdschap straalde van de cover.  Ik houd van jullie.

Wat mij raakte 2018-06 Foto Tamaraan jullie verhaal, was dat ik hier heel veel in herkende. Ja, misschien herkent iedere collega uit onze sector zich hierin. Dat zou jullie Zeer Goede Bibliothecarissen maken.  Ik kan echter moeilijk voor iedereen spreken. Ik denk dat ik inmiddels wel namens heel

veel Jonge Bibliothecarissen* kan spreken en jullie verhaal mag beamen (wat jullie naar mijn bescheiden mening ook Heel Goede Wat Oudere Jonge Bibliothecarissen maakt, maar dat terzijde).

Ten eerste was het een verademing jullie ideeën over de missie van de Bibliotheek te lezen. Vroeger moest je van boeken houden, nu van mensen. De Bibliothecaris Van Nu staat voor ontwikkeling, verbinding en het vertellen van verhalen. Dit hadden onze woorden kunnen zijn. Tijdens onze ontmoetingen blijken maatschappelijke betrokkenheid en het ‘verder helpen van mensen’ heel belangrijke drijfveren om in de Bibliotheek te willen (blijven) werken. Verbinding is als Netwerk ‘zegmaar echt ons ding’: inmiddels weten ruim 200 collega’s uit heel Nederland, uit lokale, provinciale en landelijke bibliotheekorganisaties elkaar te vinden voor inspiratie en kennisdeling. En hoe belangrijk het vertellen van verhalen is, leerden wij onder andere bij onze inhoudelijke bijeenkomst in september, waarin wij ons lieten onderdompelen in de kunsten van Storytelling. En laten we deze maandelijkse blogs niet vergeten.

Ook de knelpunten die jullie benoemden, zouden zo uit een Generatie Y-analyse kunnen komen. Waarom die discussies over gebouwen, en ‘papier of digitaal’, als het uiteindelijk draait om mensen? (Natuurlijk doet je huiskamer ertoe, maar als die ‘zielloos’ is…) Waarom 20 jaar lang onzekerheid over je bestaansrecht meezeulen, of al doemscenario’s schetsen voor over 20 jaar, als je nu werk kunt verrichten dat goed is voor anderen en goed is voor jezelf? Waarom blijven denken in de oude hokjes van uren, als je blij wordt van wat je doet en hier 24/7 inspiratie kan halen – mits je hiervan kan rondkomen?

Echt ontroerend was echter jullie volmondige JA op de vraag of er weer een bibliotheekopleiding zou moeten komen. Het voelt soms als onze grote paradox: we hebben de sector met onze diverse achtergronden, frisse blik en enthousiasme veel te bieden, maar we hebben tegelijkertijd meer nodig dan ooit tevoren. Zonder kennis (of, zoals Jan zegt, ‘wijsheid’) wordt het namelijk niets. Ja, wij hebben behoefte aan een opleiding voor ons vak. We smachten naar kennis over ons vak (het liefst zo overgedragen dat je niet afhankelijk bent van die ene collega die jou moet inwerken), willen geïnspireerd worden, groeien, mensen leren kennen en opgenomen worden in de groep. (Zodat wij als we oud zijn ook kunnen zeggen “die ken ik nog van de Thiele Academie, wat een goed jaar was dat!”) We hebben het nodig dat de sector zichzelf serieus genoeg neemt om deze kennis van haar medewerkers te mogen verwachten. En daarover denken we graag mee.

In onze dream school volgen we onze eerste colleges bij jullie. Dan leren we dat je werk moet doen dat je gelukkig maakt, dat onze verschillende achtergronden de sector verrijken en dat de Bibliothecaris 2.0 prima meerdere banen tegelijk kan hebben. Dan laten jullie ons zien waar we als sector vandaan komen en dat de Bibliotheek na het jaar 2000 meer veranderd is dan ooit tevoren. Dan leren we van Jan wat een Leven Lang Leren inhoudt; hoe je ‘oude’ kennis kunt verbinden met een eeuwige nieuwsgierigheid naar alles wat je de rest van je leven kunt leren. Hoe je hiervoor ontelbare bronnen kunt vinden, in de mensen, gebouwen, dorpen, wijken, culturen om je heen.  Juan leert ons hoe je een frisse blik kunt blijven behouden, hoe te ondernemen en hoe ambassadeur te zijn van de geweldige organisatie die de Bibliotheek is. Mark stimuleert onze creativiteit (en humor) en leert ons risico’s te nemen en nieuwe initiatieven te omarmen. Hoe we verhalen moeten vertellen en niet bang hoeven zijn om een eigen kleur aan te nemen, om samen een prachtig geheel te vormen. Theo leert ons ook naar de verhalen van anderen te luisteren, nieuwsgierig te zijn, lef te tonen. Hoe hiërarchie niets hoeft te zeggen over wijsheid of over wat je van anderen kunt leren. En hij geeft ons een van de mooiste geschenken die we kunnen krijgen: vertrouwen. (“Nee, ik ken jullie nog niet, maar ik wil jullie een podium bieden en jullie verhaal horen, dus kom dit eens vertellen aan mijn Raad van Toezicht.”) Uiteraard verbindt Erik dit alles, want dat kan hij als geen ander. Hij leert ons dromen, grenzen zoeken (en uiteraard die overstijgen) en stuurt ons op pad om nog veel meer werelden te ontdekken.

Dan moet de ING van goeden huize komen om ons weg te kapen – hoewel die loonsverhoging velen als muziek in de oren klinkt. Dan worden we allemaal ambassadeurs voor ons vak. (Wat ons betreft niet alleen ‘in het land’ om collega’s eraan te helpen herinneren dat we goed bezig zijn, maar ook op Hogescholen en Universiteiten, in de politiek en bij collega’s in het buitenland.) Dan slagen we er nog beter in om “de Bibliotheek een stukje verder te helpen.”

Voor de sceptici onder onze collega’s: misschien waren de ideeën van deze heren niet nieuw, of  misschien vindt u dit makkelijk praten tegenover een weerbarstige praktijk. Maar als ik over een paar jaar zo mag stralen als deze heren, ben ik een gelukkig mens gelukkige Bibliothecaris.

* nu gaan mijn bestuursgenoten wederom de discussie met mij willen voeren over het gebruik van deze benaming. Ik hoop van harte dat alle JBN’ers zich na het interview toch kunnen identificeren met deze term.

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.
Daar staat ook de link naar het rondetafelgesprek bij.

 

 

College over Global Librarianship

Kom op 7 juni a.s. ook naar dit unieke college, waarin internationale grootheden hun visie op ‘Global librarianship’ delen. Grijp nu je kans om hun inspirerende verhalen aan te horen én je vragen aan hen voor te leggen!

Programma
* 9.30u: Inloop met koffie en thee
* 10:00u: Start college

Sprekers:
* Rolf Hapel – ’21st Century Global Librarianship’
* Hannah Thominet – ‘The time is now: EU opportunities for libraries’
* Gerald Leitner – ‘Creating the Future together – A new global vision for libraries’

12:00 u: Einde college, (gratis!) lunch

Het college wordt in het Engels gegeven en is gratis toegankelijk. Aanmelding is mogelijk tot 5 juni via bibliotheekstelsel@kb.nl

Meer informatie is te vinden op https://www.kb.nl/nieuws/2018/definitief-programma-bibliotheekcollege-over-global-librarianship-7-juni .

In de auto

Mei – Sebas (Bibliotheek Hilversum)

2018-05 Foto SebasIn de auto
Het is vakantie. De auto zit vol: twee ouders, zes kinderen. Het eerste uur is het rustig, want iedereen op de achterbank heeft een boek. Maar dan is het eerste boek uit, en barst het pandemonium los.
“Mám! Ik wil dat boek lezen, maar Sebas wil het niet geven!”
“Ik heb het zelf nog niet uit, zoek maar een ander boek!”
“Die heb ik allemaal al gelezen! Ik wil dát boek!”

“ALS JULLIE NU NIET STIL ZIJN DRAAI IK DE AUTO OM EN GAAT ER NIEMAND NAAR ENGELAND/DISNEYLAND/DE ARDENNEN!”

De bestemming veranderde van jaar tot jaar, de scene nooit. En dan zeggen ze dat lezen een rustige hobby is.

Jules Verne
Toen ik negen werd kreeg ik voor mijn verjaardag een tas met hele dikke boeken. De Koerier van de Tsaar, Het Geheimzinnige Eiland, 20,000 Mijlen onder Zee, en Van De Aarde naar de Maan, allemaal van Jules Verne. Heel boos werd ik daarom. Wat moest ik nou met van die dikke saaie grotemensenboeken? Boos ging ik achter de bank zitten. Twaalf uur later zat ik nog steeds achter de bank, maar alleen nog maar fysiek. Mentaal was ik ook op het geheimzinnige eiland, samen met Cyrus, Neb, Pencroff, Herbert, en Gideon. De helft van het verhaal snapte ik eigenlijk niet eens, omdat ik zoveel historische context nog miste, maar wat ik wel snapte had me compleet gegrepen.
Over de volgende tien jaar of zo heb ik de boeken letterlijk stukgelezen. Twee missen de complete kaft, en bij twee blijft hij alleen nog maar door plakband en hoop hangen. Ondertussen rusten ze in een doos op mijn zolder, omdat ik domweg de ruimte niet heb om al mijn boeken in kasten te zetten. Ik hoop dat ze genieten van hun welverdiende pensioen.

Werken zul je!
Mijn jongere zelf zou denk ik erg teleurgesteld zijn als hij had geweten dat hij later dan wel in de bibliotheek zou gaan werken, maar dat dat echt niet zou betekenen dat hij de hele dag kon lezen. Nee, het blijkt dat je, als je ergens werkt, ook daadwerkelijk moet werken.
Mijn huidige zelf, daarentegen, denkt er wiskundiger over. Als ik een uur werk, dan zorg ik ervoor dat tien, twintig, of dertig andere mensen kunnen lezen, wat dus voor een ware waterval aan gelezen uren zorgt. Hoe meer ik werk, hoe meer er gelezen wordt! En dat ik dan zelf niet lees, dat maak ik ’s avonds als ik thuis kom wel weer goed.

Toekomst(mu/wagen)ziek
Tegenwoordig gaan we niet meer met alle kinderen in één auto op vakantie. (Ik bedoel dan specifiek mijn eigen familie, niet kinderen in het algemeen.) Mocht dat echter nog wel gebeuren, dan denk ik dat e-readers en tablets ervoor zouden zorgen dat iedereen meer dan genoeg boeken zou hebben voor de héle reis. Maar ik denk ook dat er dan wel een andere reden gevonden zou worden om ruzie te maken, want daar heb je tenslotte broers en zussen voor, toch?
En de nieuwe generatie staat al klaar om het over te nemen. Ten tijde van schrijven heb ik drie nichtjes met een vierde nichtje of eerste neefje, nog bewust mysterieus gehouden, op komst. Niet zo lang geleden speelde ik oppas voor twee van de drie. Na een ochtend tekenen en Duplo koken kondigde de oudste, bijna vier, aan: “Zo. Nu is het tijd voor een dutje. Waar is mijn boek?” Zo gezegd, zo gedaan. Zelf greep zij “Wij Gaan Op Berenjacht,” haar jongere zusje een kookboek vol sushi-recepten. (Heet het overigens wel een kookboek als er per definitie niets in gekookt wordt? Dit soort dingen vraag ik me af als ik te veel koffie op heb.)
Ik denk dus wel dat er ook in de komende jaren nog op een heleboel achterbanken lustig geruzied en gelezen gaat worden. En dat vind ik een fijne gedachte.

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.

Gezocht: (Digi)Helden mét zonder cape!

April – Nicky (Probiblio en http://neversaynicky.nl/)

Om 10.00 uur maakten we al een foto met het Jonge Bibliotheek Netwerk (JBN), om 13.00 uur vinden we elkaar (na het wegstouwen van een broodje) bij de eerste deelsessie in School7 weer terug. De sessie wordt georganiseerd door Stephanie de Kruif van ProBiblio en Frederik Theuwis van Cubiss en het is een volle bak. Dilemma: Hoe verbind je de fysieke aan de digitale Bibliotheek? Dat vraagstuk speelt al langer in de sector en aan wie kun je dat nu beter vragen dan aan de echte experts, de digitale helden van deze tijd: jongeren van 12 tot 18 jaar.

foto Nicky kleinerWe nemen deel aan de zoektocht naar ‘(Digi)helden mét zonder cape’ en zijn getuige van de lancering van een nieuwe game. Hulde voor de ontwikkelaar(s)! Het spel oogt old school, alsof ik naar het scherm van een heruitgave van de Sega spelcomputer zit te kijken en wekt sentiment op, ook bij de ‘oudere’ aanwezigen. De game start in de Bibliotheek; bibliothecaris ‘Ellie’ is van de oude stempel, ze vindt een Virtual en Augmented Reality bril in de bieb en als ze deze opzet belandt ze in een soort psychedelische trip. Je moet springen, schieten en punten scoren, wordt aangevallen en doorloopt levels. [NB: de game is HIER te spelen. Voer de code,14000 10000, in en warp naar de game!] Geprogrammeerd met Bloxels is het een voorbeeld van wat er mogelijk is met programmeren en het ontwerpen van games als workshop in scholen en bij de Bibliotheek. Programmeren is een taal en wij kunnen hier als taalexperts in onderwijzen.

Doen de aanwezigen van de sessie, of de bibliotheken dit al en zo ja, in welke vorm? Hoe bevalt dit en wat mis je eventueel? Wat willen jongeren eigenlijk zien in de bieb aan gaming, VR/AR en robotica? Missen zij het nu of hebben ze geen idee wat ze er mee moeten? Wat weet je eigenlijk van deze uiteenlopende doelgroep ‘jongeren’ en hun ideeën? Nuttige vragen! We kijken naar interviews met de jeugd over de digitalisering in de Bibliotheek en krijgen antwoord…

In twee teams kunnen we punten verdienen door het juist beantwoorden van quizvragen. “Gewoon even je hand opsteken met een aantal vingers, lekker analoog.” Mooiste vind ik de video over robotica, het meisje heeft werkelijk geen idee wat er al is of waar het voor kan dienen. Ze denkt praktisch na of is in gedachte bij haar voorouders achter het fornuis. “Een robot om schoon te maken, te stofzuigen of boeken op te ruimen”, lijkt haar wel handig, vinden wij ook. Is dit eigenlijk wel een verantwoorde gedachte bij de mens, vraagt een van de deelnemers zich af. Zij vraagt de jongeren in haar Bibliotheek of robots alleen maar dienen om je klusjes uit handen te nemen, om minder prettige dingen voor je op te knappen, of voor meer? Soortgelijke antwoorden als die van het meisje volgen, tegen verwachting in. De jongeren halen de schouders op, zouden het wel cool vinden. Maar weinig deelnemers aan de quiz hebben het met antwoorden bij het juiste eind. We hebben met zijn allen een veel hogere verwachting van de digitale jeugd en een licht negatieve kijk op onze bibliotheken…

Een andere, virtuele werkelijkheid, connectie tussen digitaal en boeken, robots, de toekomst, lijkt voor de jongeren nog best ver weg. De vraag rijst: vroegen de interviewers het aan de verkeerde kids, of kan het ze echt niet zoveel schelen en missen ze niet actief iets? We komen tot de conclusie: “De jeugd weet het niet, WIJ moeten het met elkaar maken, en die ruimte hebben we nu!”.

De winnaar vliegt naar huis met een digihelden-cape (en dat is best een welkom vervoersmiddel vanuit dit hoge noorden, schat ik zo in)!

P.s. Wil je meer weten over de game, Boxels, programmeren of heb je andere vragen? Neem contact op met Stephanie de Kruif: sdekruif@probiblio.nl . Bekijk voor een indruk van de sessie of om de quiz zelf te spelen het presentatiefilmpje.

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.